Door de ogen van een FIU-analist: analyse van een melding over sanctieontwijking via luxegoederen
Als analist bij FIU-Nederland onderzoekt Maria dagelijks meldingen van ongebruikelijke transacties. Binnen haar team ligt de focus op sanctieontwijking. De afgelopen tijd doet ze samen met haar collega’s onderzoek naar een fenomeen dat in de meldingen regelmatig terugkeert: sanctieontwijking via luxegoederen. In deze casus laten we zien hoe ze de analyse oppakt en werkwijzen in kaart brengt.
Melding vanwege vermoeden sanctieontwijking
In de database met ongebruikelijke transacties van FIU-Nederland stuit Maria op een melding die haar aandacht trekt. Een grote betaaldienstverlener meldt over een persoon die online voor een groot bedrag aan luxe merkkleding heeft aangeschaft. De betaaldienstverlener heeft de transactie als ongebruikelijk gemeld, omdat er aanwijzingen zijn dat de persoon betrokken is bij het ontwijken van sancties.
Eerste betaalpoging
Maria leest de melding aandachtig. De betaaldienstverlener schrijft dat de klant eerst vanuit Rusland een betaalpoging deed bij een luxe modehuis in Frankrijk. Dit kon de betaaldienstverlener achterhalen via het IP-adres. Omdat betalingen uit Rusland vanwege de sancties automatisch worden afgewezen, mislukt deze betaling. De melder schrijft ook dat de koper een betaalkaart heeft gebruikt uit een zogeheten omzeilingsland: een land dat geen sancties heeft opgelegd aan Rusland.
VPN-verbinding
De betaaldienstverlener schrijft verder dat er niet lang daarna een betaling plaatsvindt bij het modehuis met dezelfde betaalkaart, maar nu ineens vanuit een ander land. De betaaldienstverlener vermoedt dat de koper een VPN-verbinding heeft gebruikt om gegevens te versleutelen en het IP-adres te maskeren. Zo is diens echte locatie niet zichtbaar. Verder is er gebruikgemaakt van een e-mailadres dat is gelinkt aan iemand anders dan de koper. Ook heeft de koper een postbus opgegeven in een omzeilingsland als verzendadres.
Informatie verifiëren
Maria herkent de signalen. Zij en haar collega’s krijgen regelmatig meldingen waarin één of meer van deze kenmerken terugkomen. Om te bepalen of de ongebruikelijke transactie het stempel ‘verdacht’ moet krijgen, doet Maria verder onderzoek. Allereerst verifieert ze de informatie uit de melding stap voor stap. De bevindingen van de betaaldienstverlener blijken juist.
Vermoedelijk valse naam
Ook zoekt ze in open bronnen op de opgegeven naam van de koper. Daar komt niets uit, het lijkt er sterk op dat de koper een valse naam heeft opgegeven. Vervolgens checkt Maria of het opgegeven e-mailadres vaker voorkomt in de database met meldingen van ongebruikelijke transacties. Dat blijkt het geval: in nog twee meldingen wordt hetzelfde e-mailadres genoemd. Ook die meldingen gaan over sanctieontwijking via luxeproducten. Het lijkt erop dat het e-mailadres bewust wordt gebruikt om de identiteit van de daadwerkelijke koper(s) te verhullen.
Verder doet Maria openbronnenonderzoek naar het opgegeven verzendadres. Daaruit blijkt inderdaad dat het adres behoort tot een commerciële postbusdienst waar gebruikers anoniem pakketten kunnen ontvangen en doorsturen naar andere bestemmingen.
Samenhangend patroon
Tot slot controleert Maria of de naam van de koper eerder voorkomt in meldingen bij FIU-Nederland. Er blijken geen eerdere meldingen over deze persoon beschikbaar te zijn. Dat verandert haar beoordeling echter niet. Juist de combinatie van de mislukte betaalpoging vanuit Rusland, het gebruik van een betaalkaart uit een omzeilingsland, de anonieme postbus als bezorgadres én het e-mailadres dat vaker gemeld is in relatie tot sanctieontwijking, vormt een patroon dat past bij sanctieontwijking via luxegoederen.
Melden altijd zinvol
Alles bij elkaar biedt dit voldoende aanleiding om de transactie verdacht te verklaren en het dossier te delen met de opsporing. Toch is direct optreden voor de opsporing vaak lastig in dit soort casussen, weet Maria. Ze legt uit: “Het hoofdkantoor van de betaaldienstverlener in deze casus is gevestigd in Nederland. Daarom geldt hier hun meldplicht voor ongebruikelijke transacties. De koper en/of tussenpersoon bevinden zich echter in het buitenland. Toch is melden áltijd zinvol. Want als wij een melding verdacht verklaren, kunnen we deze delen met de FIU’s in andere Europese landen. Dan kan zo’n melding daar alsnog leiden tot vervolgactie, bijvoorbeeld als de koper of tussenpersoon zich in dat land bevindt. Daarom is het belangrijk altijd te melden. Bovendien kunnen we verbanden inzichtelijk maken en nieuwe werkwijzen in kaart brengen door informatie uit meldingen te combineren. Kortom, samen zien we meer.”