Veelgestelde vragen
Meer weten over de FIU-Nederland, over het melden van transacties of heeft u een andere vraag? Bekijk de veelgestelde vragen.
-
Veel transacties vinden bijna realtime plaats (instant payments). Hierdoor kan het voorkomen dat de op te schorten transacties al (gedeeltelijk) zijn uitgevoerd. In de consultatiereacties bij het wetsvoorstel werd dan ook aangegeven dat het in de praktijk lang niet altijd mogelijk zal zijn om transacties op te schorten.[i] In deze gevallen zal een ‘tegoed ter grootte van de transactie’ worden geblokkeerd. Het blokkeren heeft dan alleen betrekking op het aanwezige saldo op het moment van opschorting. Latere stortingen op de rekening vallen niet onder de opschorting van het ‘tegoed ter grootte van de transactie’.[ii]
[i] Memorie van toelichting, p. 49, Ondermijning II
[ii] HR 7 juni 1929, NJ/1929/1285 (Girobeslag), memorie van toelichting, p. 30, Ondermijning II -
Na opschorting kan het zijn dat er strafvorderlijk beslag wordt gelegd door een opsporingsdienst/ het Openbaar Ministerie. Als het opschortingsverzoek is gedaan namens een buitenlandse FIU, dan kan een buitenlandse opsporingsdienst beslag laten leggen via een rechtshulpverzoek (Europees Bevriezingsbevel) Het is echter ook mogelijk dat er geen verder vervolg wordt gegeven aan de opschorting. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de analyse.
-
U houdt een transactie maximaal 5 werkdagen aan.i Als het verzoek is gedaan op verzoek van een buitenlandse FIU, dan geldt een termijn van maximaal 10 werkdagen.ii FIU-Nederland kan u vragen om de opschorting eerder te beëindigen.[i] Zonder bericht van FIU-Nederland beëindigt u de opschorting dus na 5 of 10 werkdagen.
[i] art. 17a, lid 3 -
Nee, aansprakelijkheid van entiteiten voor enige schade die een cliënt of een derde lijdt als gevolg van het opvolgen van opschortingsverzoek is uitgesloten. Art. 20c Wwft bepaalt dat artikel 20 Wwft (vrijwaring civielrechtelijke aansprakelijkheid) en 20b Wwft (arbeidsrechtelijke bescherming) ook van toepassing zijn voor het opvolgen van een verzoek op basis van art. 17a Wwft.
-
Nee, hiermee schendt u het tipping-off verbod niet. Het tipping off-verbod houdt in dat u geheimhoudingsplicht hebt over een eventuele melding van een ongebruikelijke transactie die u bij FIU-Nederland doet. Dit verbod geldt niet voor het informeren van uw cliënt over het feit dat u een opschortingsverzoek van FIU-Nederland opvolgt.
-
Ja, dit mag. Voorafgaand aan de invoering van de bevoegdheid zal FIU-Nederland alle meldingsplichtige entiteiten informeren over welke contactgegevens gedeeld kunnen worden.
-
Nee, opgeschorte transacties zijn alleen voor FIU-Nederland inzichtelijk.
-
Om hun toezichtstaak uit te kunnen voeren, ontvangen toezichthouders ieder kwartaal een rapportage vanuit de FIU-Nederland met daarin geaggregeerde data over het meldgedrag binnen de sector waarop zij toezien. Als toezichthouder hebben zij daarnaast ook het mandaat om bijvoorbeeld informatie over uw meldgedrag rechtsreeks bij u op te vragen en om – mocht het niet naar wens gaan – aanwijzingen te geven of verdere stappen te ondernemen. Aangezien het de Wwft-toezichthouder is die het meldgedrag beoordeelt, zijn zij ook degene bij wie u terecht kunt met vragen over hoe u de wet dient te interpreteren en wat wel en niet onder de Wwft valt. De toezichthouders hebben daar een leidraad voor geschreven ter handreiking aan de sector.
De FIU-Nederland is de uitvoerende instantie vanuit de Wwft. Wij ontvangen uw meldingen van ongebruikelijke transacties en zijn de enige die inzage hebben in deze ongebruikelijke transacties. Een groot deel van onze collega’s is dagelijks bezig met het analyseren van deze transacties. Vanwege de staatsgeheime aard van dit werk kunnen wij veel details niet met u bespreken, maar dat betekent niet dat wij niet openstaan voor vragen. De vraag wat wel of niet gemeld moet worden, mogen wij niet beantwoorden. Maar wij kunnen u wel helpen met hoe er gemeld moet worden, wat u kunt doen om een melding zo informatief mogelijk te maken en wij proberen handvatten te geven die u assisteren bij uw taak als poortwachter. U kunt hiervoor altijd contact met ons opnemen.
-
Allereerst is het belangrijk dat u de geheimhouding zoals omschreven in artikel 23 van de Wwft in acht neemt. Dit artikel schrijft voor wat wel en niet mogelijk is. Ten tweede is het bewaren van gegevens van belang. Na het melden van een ongebruikelijke transactie krijgt u van de FIU-Nederland een ontvangstbevestiging. Dit is het bewijs dat u daadwerkelijk gemeld heeft. De ontvangstbevestiging die u krijgt, is voor u het bewijs dat u een of meer transacties heeft gemeld. U moet deze bevestiging en andere belangrijke gegevens van de ongebruikelijke transactie 5 jaar bewaren. In artikel 34 van de Wwft leest u hier meer over.
Zoals uitgelegd op de pagina Over FIU-Nederland analyseren wij de ongebruikelijke transacties na uw melding om te beoordelen of er voldoende grond is om deze verdacht te verklaren. Indien een transactie verdacht verklaard wordt, krijgt u hiervan bericht: de zogenoemde dissemination notification. Het is belangrijk dat u op basis hiervan niet zonder meer conclusies trekt. Voor meer informatie zie de veel gestelde vraag ‘’ Ik krijg melding dat een door mij gemelde transactie verdacht is verklaard, wat nu?’’
U krijgt géén bericht als wij een ongebruikelijke transactie niet verdacht verklaren. Wel bewaren wij alle ongebruikelijke transacties vijf jaar. Het kan dus voorkomen dat een ongebruikelijke transactie op een later moment alsnog verdacht verklaard wordt, bijvoorbeeld door nieuwe meldingen.
Heeft u niet gevonden wat u zocht? Probeer ook te zoeken in de hele website.