Moet ik rekening houden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) bij het nakomen van de verplichtingen op grond van de Wwft?
De AVG vereist een grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens, waarvan een wettelijke grondslag er één is. De Wwft is zo’n wettelijke grondslag. Als meldingsplichtige instelling verwerkt u persoonsgegevens van onder meer klanten, vertegenwoordigers en uiteindelijk belanghebbenden. Dat betekent dat u de persoonsgegevens in dit Wwft-kader dient te verwerken ten behoeve van het uitvoeren van uw cliëntenonderzoek.
Het op grond van de Wwft verplichte cliëntenonderzoek dient te worden uitgevoerd met inachtneming van de bepalingen uit hoofdstuk 2 van de Wwft. Dit houdt onder andere in dat de identiteit van de cliënt (bijvoorbeeld een koper), en eventueel de uiteindelijk belanghebbende, moeten worden vastgesteld en vastgelegd. Op grond van de Wwft dienen deze gegevens 5 jaar na de transactie of het eindigen van de zakelijke relatie te worden bewaard. Hetzelfde geldt voor gegevens met betrekking tot ongebruikelijke transacties.
-
FIU-Nederland kan een opschortingsverzoek doen aan alle meldingsplichtige entiteiten. Onze verwachting is echter dat we de bevoegdheid vooral zullen toepassen bij bank-, crypto- en betaaldienstverleningstransacties. Dit op basis van de ervaringen van buitenlandse FIU’s en onze eigen informatiepositie.
-
Veel transacties vinden bijna realtime plaats (instant payments). Hierdoor kan het voorkomen dat de op te schorten transacties al (gedeeltelijk) zijn uitgevoerd. In de consultatiereacties bij het wetsvoorstel werd dan ook aangegeven dat het in de praktijk lang niet altijd mogelijk zal zijn om transacties op te schorten.[i] In deze gevallen zal een ‘tegoed ter grootte van de transactie’ worden geblokkeerd. Het blokkeren heeft dan alleen betrekking op het aanwezige saldo op het moment van opschorting. Latere stortingen op de rekening vallen niet onder de opschorting van het ‘tegoed ter grootte van de transactie’.[ii]
[i] Memorie van toelichting, p. 49, Ondermijning II
[ii] HR 7 juni 1929, NJ/1929/1285 (Girobeslag), memorie van toelichting, p. 30, Ondermijning II -
Na opschorting kan het zijn dat er strafvorderlijk beslag wordt gelegd door een opsporingsdienst/ het Openbaar Ministerie. Als het opschortingsverzoek is gedaan namens een buitenlandse FIU, dan kan een buitenlandse opsporingsdienst beslag laten leggen via een rechtshulpverzoek (Europees Bevriezingsbevel) Het is echter ook mogelijk dat er geen verder vervolg wordt gegeven aan de opschorting. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de analyse.