Niet te verantwoorden transacties

Bij het analyseren van gemelde ongebruikelijke transacties stuitte een medewerker van FIU-Nederland op een 31 jarige in Nederland woonachtige West-afrikaanse vrouw. Zij wisselde regelmatig Zwitserse Francs om naar euro's en maakte bovendien voor een aanzienlijk bedrag via moneytransfers geld naar begunstigden in het buitenland over. Samen met een mede-verdachte voerde zij in vier jaar zestig verschillende transacties uit. Deze transacties hadden een dermate karakter, dat een link naar criminele activiteiten voor de hand liggend was. Andere transacties waarvan het minder duidelijk was, dat er sprake van criminele herkomst kon zijn, werden wel opgevoerd maar later niet meegenomen in de behandeling ter terechtzitting. Verdacht waren bijvoorbeeld drie wisseltransacties van Zwitserse Francs en één storting van Zwitserse Francs binnen een tijdsbestek vijf dagen tijd. Met deze contante transacties was bijna 70.000 euro gemoeid.

Voldoende om de zaak verdacht te verklaren en ter verdere behandeling aan een opsporingsteam over te dragen.

Na aanhouding gaf de vrouw de meest uiteenlopende verklaringen over de herkomst en bestemming van het geld. In ieder geval te vaak en te gevarieerd om geloofwaardig te zijn en waarbij bovendien de juistheid van verschillende verklaringen door het rechercheteam weerlegd konden worden. Zo was één van de redenen de aan/verkoop van auto's ten behoeve van de onderneming van haar echtgenote. Bij controle bleek de onderneming wel te zijn ingeschreven maar geen enkele omzet te hebben gedraaid. 

Daarbij kwam ook nog eens, dat de meldende instellingen meerdere malen hadden geconstateerd dat de verdachte tijdens een transactie door een ander persoon geobserveerd, of beter gezegd, gecontroleerd werd. Een indicatie van het inzetten van stromannen om de identiteit van de feitelijke begunstigde af te schermen.

Het verweer van de advocaat van de verdachte, dat de verdachte het verzonden geld had opgespaard uit haar studiefinanciering was voor de rechtbank ook niet erg overtuigend.

In juni 2013 werd de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden voorwaardelijk en een geldboete van 45.000 euro, te vervangen voor 260 hechtenis mocht de boete niet voldaan worden.

De vrouw werd schuldig bevonden aan witwassen en het opereren als geldtransactiekantoor waarvoor normaliter een vergunning van de Nederlandse Bank nodig is.

Dat de straf wat laag uitviel had te maken met het feit, dat verdachte tussen de periode van verhoor en de zitting voor andere criminele feiten in Zwitserland in detentie had verbleven.

De gemelde transacties waren de basis voor het strafrechtelijke onderzoek en dienden als bewijs van witwassen.