Subjectieve indicatoren

Voor alle indicatoren geldt:

  • voor alle genoemde bedragen geldt: US dollar of de tegenwaarde daarvan in vreemde valuta.
     

II. Melding verplicht indien de financiële dienstverlener oordeelt dat een of meer van de volgende situaties van toepassing zijn (subjectieve indicatoren):

A. Vermoedelijke witwas transacties of financiering terrorisme
XA1010211: Transacties waarbij aanleiding is om te veronderstellen dat ze verband kunnen houden met witwassen of met de financiering van terroristische activiteiten of andere criminele activiteiten.

B. Ontduiken grensbedrag
XA1010231: Voorkeur van de beleggingsinstelling dan wel investeerder voor transacties onder het grensbedrag waarbij aanleiding is om te veronderstellen dat deze daarmee melding wil voorkomen.

C. Transacties waarbij cheques, travellercheques of soortgelijke betaalmiddelen zijn betrokken
XA1010223: Transacties van USD 56.000 en hoger waaronder begrepen het aanbieden of aanvragen of het verzilveren van cheques, travellercheques of soortgelijke betaalmiddelen (hierna ‘cheques’), die voldoen aan twee of meer van de volgende indicatoren:

a. geen verklaarbaar legaal doel of geen zichtbare relatie met (bedrijfs)activiteiten van de beleggingsinstelling;

b. transactie a-typisch voor beleggingsinstelling;

c. transactie a-typisch voor investeerder;

d. cheque geëndosseerd aan de beleggingsinstelling;

e. cheque geëndosseerd aan de investeerder ter betaling van aankoop van een investering in de beleggingsinstelling door investeerder;

f. identificatieproblemen;

g. investeerder vraagt om een cheque ten name van een derde ingeval van gehele of gedeeltelijke verkoop van zijn investering in de beleggingsinstelling;

h. ongebruikelijk patroon van aankoop/aankopen en verkoop/verkopen door de investeerder van investering in de beleggingsinstelling;

i. ongebruikelijk aantal rekeningen;

j. ongewoon conditie aanbod.

D. Girale transacties
XA1010261: Transacties van USD 5.600.000 en hoger die voldoen aan twee of meer van de volgende indicatoren:

a. identificatieproblemen;

b. ongebruikelijk patroon van aankoop/aankopen en verkoop/verkopen door de investeerder van investeringen in de beleggingsinstelling;

c. transactie a-typisch voor investeerder;

d. transactie a-typisch voor beleggingsinstelling;

e. ongewoon conditieaanbod;

f. betaling van een investering in de beleggingsinstelling geschiedt middels meerdere betalingen achter elkaar in plaats van een betaling;

g. uitbetaling van de opbrengst van gehele of gedeeltelijke verkoop van een investering dient in meerdere transacties achter elkaar te geschieden al dan niet naar dezelfde begunstigde op verzoek van de investeerder;

h. opbrengsten van de investering bij gehele of gedeeltelijke verkoop worden niet overgeboekt op de eigen rekening van de investeerder;

i. overboeking van de opbrengsten van gehele of gedeeltelijke verkoop van de investering in de beleggingsinstelling zonder opgave van een begunstigde danwel onder een code naam;

j. overboeking naar de beleggingsinstelling ter betaling van de investering zonder opgave van de opdrachtgever danwel onder een code naam.